Je ziet hem niet, je hoort hem nauwelijks, maar bij sommige mensen zit hij altijd op de schouder. En zijn aanwezigheid kan grote gevolgen hebben voor hoe je je in de wereld beweegt, en zeker voor je spreekangst. Wie is de Kleine Professor? Waar komt hij vandaan? En hoe zet je hem uit?
Maryam
Bij haar eerste presentatie in een training sprak Maryam, milieudeskundige, snel, met een hoge stem en een permanente glimlach. Toen ik vroeg hoe belangrijk het onderwerp voor haar was, zei ze: heel belangrijk. Ik vroeg hoe het dan kwam dat ze die importantie niet meer liet zien. Stel je voor dat je gewoon zegt dat je het anders wilt, dat je het er niet mee eens bent, dat je wilt dat het anders gaat? Ze kromp ineen, letterlijk.
Soms zie je in een training ineens hoe oud een reactie kan zijn. En ja, even later vertelde Maryam dat ze als kind van een jaar of acht vaak boos was op haar ouders. Dat mocht niet. Daarom schreef ze het stiekem op een briefje: 'Maryam is boos op papa en mama.' Haar ouders vonden het. De reactie was hard. 'Dat zijn geen woorden voor een meisje.' Het briefje verdween, en met het briefje verdween ook iets in Maryam.
Kees
Of neem Kees, architect. Hij kwam de training binnen als een zelfverzekerde professional. In een gesprek aan tafel een prima gesprekspartner. Maar zodra hij voor de groep stond, gebeurde er iets opmerkelijks. Hij stond op één been, hoofd schuin, en keek niemand aan. Zijn stem schoot omhoog. Het leek alsof er ineens een jongen van acht voor ons stond. Toen Kees zichzelf terugzag op video, schrok hij. 'Ben ík dat?'
Ook bij Kees lijkt een 'elastiekje' hem ongewild terug te trekken naar zijn jeugd. Zijn vader was timmerman, een vakman en harde werker, maar ook iemand die driftig kon worden. Kees vertelde over het schuurtje achter het huis. 'Daar wachtte ik tot hij was uitgeraasd. Stil blijven. Niet opvallen. Dan waait het over.'
Zijn vader had bovendien niet veel op met architecten, kunstenmakers, noemde hij ze. Kees werd architect, en goed ook: hij won prijzen voor zijn ontwerpen. Maar dat vertelt hij liever niet. 'Niet aan collega's, niet aan opdrachtgevers. Ik hang het niet aan de grote klok.' Ergens in hem zit nog steeds dat jongetje dat leerde: maak jezelf niet groter dan je vader. Val niet op. Claim niets. Zodra Kees nu voor een groep volwassen toeschouwers staat, schiet zijn zenuwstelsel automatisch terug in die oude overlevingsstand.
De kleine overlevingsstrateeg
Wat bij Maryam en Kees aan het werk was, heeft een naam. In de Transactionele Analyse heet dat oude, slimme deel van ons de Kleine Professor: het kinderlijke deel dat al vroeg probeert te begrijpen hoe de wereld werkt. Wat moet ik doen om veilig te blijven? Wanneer krijg ik liefde? Wanneer wordt het gevaarlijk? Als kind kan zo'n strategie heel verstandig zijn. Stil blijven. Glimlachen. Niet boos worden. Niet opvallen. Maar wat toen bescherming bood, kan je later beperken.
Wie geluk heeft, ontgroeit zijn Kleine Professor geleidelijk. Maar soms is hij hardnekkig. Hij fluistert je op de achtergrond nog steeds in wat je wel en niet mag doen. Voor een groep schiet je dan terug in die oude stand: kleiner worden, inslikken, niet opvallen. Maar dat was toen. Als volwassene wordt het hoog tijd om de Kleine Professor te bedanken voor bewezen diensten en hem vervolgens bij te zetten in de vitrine met jeugdherinneringen.
Het elastiekje doorknippen
Veel mensen die ik begeleid maken in de training een begin met dat afscheid. Soms gaat het bijna vanzelf, zodra het kwartje valt en de Kleine Professor is ontmaskerd. Soms is er wat meer tijd voor nodig. Maar ook dan brengt het inzicht vaak al direct een enorme opluchting.
Maryam was daarvan een mooi voorbeeld. We ontdekten dat haar Kleine Professor nog steeds commandeerde: 'pas je aan; zeg niet wat je voelt of vindt want dat doen meisjes niet.' Diezelfde dag kon ze al iets nieuws proberen. In haar afsluitende presentatie was meer rust zichtbaar, meer richting en meer eigenheid. Niet omdat het oude patroon voorgoed verdwenen was, maar omdat ze het herkende. En herkennen geeft ruimte.
De mensen die ik begeleid zijn niet zwak. Integendeel. Het vraagt juist moed om te onderzoeken welke oude patronen je nu nog beperken. Wie zakelijk of persoonlijk wil groeien, moet soms eerst even naar binnen kijken.
Verder lezen
Meer over mijn begeleiding vind je bij Mijn aanpak. Heb je een vraag, bel of mail me gerust.
