Spreekangst begint niet op het podium

Een van de eerste vragen die ik stel aan mensen die met spreekangst bij me komen, is dit: wanneer voel je het eigenlijk het sterkst? Tijdens het moment zelf? De avond ervoor? Of eerder? Het antwoord verrast me niet meer, maar het verrast hen vaak wel. Eerder. Eigenlijk al toen de uitnodiging in mijn agenda verscheen.

Wat er dán begint: de onzichtbare opbouw

De mail komt binnen, of het mondelinge verzoek: zou jij die presentatie willen doen? Iets in je zegt al ja voordat je weet dat je ja wilt zeggen. Want waarom zou je het niet kunnen? Je bent expert in je vak, daarom word je gevraagd. En je hebt gelijk. Je bént expert. Maar dat helpt niet. Want vanaf dat moment is er die angst. De spanning gaat niet weg en wordt niet minder; ze begint juist op te bouwen.

Eerst de zelfkritiek. Dit moet ik kunnen. Iedereen kan dit. Waarom doe ik er zo moeilijk over? Dan komt het paradoxale gevoel, een soort verraad: aan de keukentafel, in een werkoverleg, in een gesprek met een collega ben je vlot en helder. Hoe kan het dat ik dit niet kan? Ik val straks gewoon door de mand.

Vervolgens komt de over-voorbereiding. Je leest je tekst keer op keer. Je overweegt om hem uit je hoofd te leren. Je twijfelt of de zinnen wel goed lopen, of de overgangen wel kloppen, of de openingsregel pakt. Je voelt je boos op jezelf dat je er zo lang mee bezig bent, want het is toch maar een presentatie. Maar stoppen kan ook niet, want stel dat het niet goed genoeg is.

En je vertelt het niemand. Want het past niet bij wie je in de buitenwereld bent. Je collega's denken dat je dit moeiteloos doet. Je partner vindt je een goede verteller. Je zou je gezicht verliezen als je toegaf hoe naar je je voelt over dat ene kwartier in de vergaderzaal.

Drie weken later sta je op. Je hart bonkt. Je denkt: zie je wel.

Wat dit eigenlijk is: pure spreekangst

Al dat gedrag komt niet voort uit een gebrek aan kennis of vaardigheid. Het over-voorbereiden, de schaamte, de boosheid op jezelf, het idee dat je een verrader bent omdat je elders wél vlot bent: het komt voort uit spreekangst. Niet uit jouw vak, niet uit je inhoud, niet uit wie je bent. Uit de angst. Dat is een belangrijke verschuiving om te maken. Niet 'er klopt iets niet aan mij' maar 'ik draag drie weken spanning, en die spanning kleurt alles wat ik in die weken doe.' De impact van spreekangst op je leven is veel groter dan de minuten waarin het zichtbaar wordt.

Wat helpt

Eén ding zie ik in mijn praktijk keer op keer: een duidelijke structuur onder je verhaal verlaagt de spanning aanzienlijk. Niet omdat de angst verdwijnt, maar omdat je weet wat je gaat zeggen en wanneer. Je aandacht kan dan voor het eerst naar buiten, naar de mensen voor je, in plaats van naar binnen, waar de angst aan het werk is.

Maar misschien is het allerbelangrijkste dit: erkennen dat die drie weken telden. Dat alles wat je in die tijd gedragen hebt, de schaamte, de boosheid op jezelf, de eindeloze nachten boven je tekst, geen aanstellerij was, geen zwakte, niet iemand die er moeilijk over doet. Het was werk dat zwaar was, dat niemand zag, en dat aandacht verdient.

Spreekangst die niet op het podium begint, hoeft daar ook niet op te lossen. Het werk kan veel eerder.

Verder lezen

Spreekangst speelt niet alleen vóór je begint, maar ook tijdens de vergadering zelf. In Wat zij net zei lees je hoe bejegening in een groep je stem beïnvloedt, en wat je eraan kunt doen.

Meer over mijn begeleiding vind je bij Mijn aanpak. Heb je een vraag, bel of mail me gerust.

15 april 2020